Transcripties en de Bulgaarse speelstijl

Ik heb mij gespecialiseerd in de Bulgaarse volksmuziek en ik wil mijn opgedane kennis hierover graag delen. De meeste dingen heb ik mijzelf aangeleerd door goed te luisteren, echter is dat niet voldoende. Vele Bulgaarse muzikanten hebben mij verder geholpen… Много, много благордаря!

Ik probeer hier op één pagina iets uit te leggen waar vele muzikanten heel veel op hebben gestudeerd, in de praktijk en theorie. En ieder instrument heeft weer een andere techniek nodig. Ik benader het hier natuurlijk vanuit mijn eigen techniek op de accordeon. Echter zullen veel aanwijzingen ook voor andere instrumenten toepasbaar zijn.

Versieringen spelen

De Bulgaarse stijl van spelen heeft in de meeste gevallen een speciale manier van het versieren van de melodie. Ik ga hieronder een poging doen om op een eenvoudige manier uit te leggen hoe dat werkt, en ook vooral hoe dat samenwerkt met mijn transcripties. Mocht je mijn Bulgaarse transcripties van blad spelen zonder enige kennis van het idioom, zal het helaas niet klinken zoals het was bedoeld. Klassieke interpretatie werkt helaas niet. Vandaar deze uitleg. Waarschuwing: het is niet makkelijk en het tempo van de muziek ligt vaak hoog.

Laten we eens een willekeurige strofe uit een râčenica nemen:

Er vallen hier een aantal dingen op:

  • Er zijn minder versieringen genoteerd dan er gespeeld worden.
  • De versieringen die wel zijn genoteerd zijn afwijkingen van een ‘algemene regel’.
  • De genoteerde versieringen vallen niet op een zestiende noot.
  • Repeterende noten zie ik niet terwijl ik ze wel hoor.

Om met het laatste punt te beginnen: wat opvalt aan de Bulgaarse stijl is dat er vaak ‘repeterende noten’ lijken te zijn. Echter zijn die altijd versierd. Laten we eerst eens de strofe gaan opdelen in zestiende noten waar dat moet:

Elke noot langer dan 1/16 is nu opgeknipt in zestienden. Behalve de lange noot in de tweede maat – daar staat een tenuto-streepje op. Die moet je dan lang aanhouden en niet opdelen.

In de Bulgaarse stijl is het gebruikelijk – meestal in de Tracische speelstijl, dat je de noten bindt. Een gajda kan niet anders. Dus komen er tussen alle repeterende noten een soort voorslagen. Deze voorslagen komen (als het instrument het toelaat) altijd een halve noot er boven.

Behalve als er een mordent staat genoteerd of er een omspeling staat genoteerd. Dan speel je voorslag van onderaf – en dan valt de voorslag wel in de toonladder van de betreffende melodie (niet altijd een halve noot dus).

Dit resulteert in:

Standaard zijn alle voorslagen een halve noot boven de versierde noot.

Een omspeling – zoals hier op de eerste noot van de derde maat) valt altijd op drie zestienden. Waarbij tussen de eerste en de tweede zestiende de voorslag van boven komt en tussen de tweede en derde zestiende de voorslag van onderen komt.

Een mordent – zoals hier op de eerste noot van de vierde maat – valt meestal op twee zestienden. Waar bij de voorslag voor de tweede noot van beneden komt – in de toonladder dus – het kan dus ook een hele noot zijn.

De volgende stap – wat vooral in de Tracische speelstijl voorkomt, is dat in een cluster van repeterende zestienden er nog voorslagen komen voor volgende noten:

Hier heb ik ook nog extra verbindingsbogen aangebracht. Het is namelijk ook van belang te weten dat de melodie de basis is, en niet het ritme. Ik merk dat het voor veel niet-Bulgaarse instrumentalisten het voor de hand ligt om de melodie in stukjes van één maat te knippen. Dit is zonde!

Hiermee is verhaal over ornamenten in de Bulgaarse volksmuziek niet klaar maar heb ik wel een basis gelegd.

Mocht je nog aanwijzingen in de praktijk willen, kan je me altijd benaderen. Ik wil het je graag toelichten, met instrument paraat, eventueel op afstand met behulp van Jamulus of Zoom.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.