Mâdro | Мъдро 🇧🇬

Een râčenica uit de stad Kotel, op de melodie van het liedje Dodi si, Panjo pašata. Hieronder de uitvoering en tekst van Ivan Kremov:

Доди си, Паньо пашата

Доди си, мамо, доди си,
доди си, мамо, доди си, 
доди си, Паньо пашата.
Паньо пашата, агата,

Добруджанския кихая,
добруджанския кихая, 
жерунянския чорбажи,
жерунянския чорбажи.

Чи убу, Паньо пашата,
чи убу, Паньо пашата, 
чичовити си потури,
майчинити си калцуни.

Чи тръгна мума да дири,
чи тръгна мума да дири 
от Канинкови в Билизнъ,
чак до Рашови в Горни край.
Dodi si. Panjo pašata

Dodi si, mamo, dodi si,
dodi si, mamo, dodi si,
dodi si, Panjo pašata,
Panjo pašata, agata.

Dobrudžanskija kihaja,
dobrudžanskija kihaja,
žerunjanskija čorbaži,
žerunjanskija čorbaži.

Či ubu, Panjo pašata,
či ubu, Panjo pašata,
čičovite si poturi,
majčiniti si kalcuni.

Či trâgna muma da diri,
či trâgna muma da diri,
ot Kaninkovi v Biliznâ,
čak do Rašovi v Gorni kraj.

In de stad Kotel werd geleefd van de textielindustrie. De herders, met de honderdduizenden schapen die wol produceerden voor deze industrie, verplaatsten zich elke winter naar Dobrudža. Als de mannen terugkwamen in het voorjaar werd tijdens de feesten deze dans uitgevoerd door de achtergebleven vrouwen, uitdagend langzaam in hun zware wollen dracht.

Dit is dus een heel, heel langzame râčenica! Misschien wel de aller-langzaamste. Alleen enkele uitvoeringen van de râčenik moeten nog langzamer worden gespeeld, maar dat is geen râčenica.

Eind jaren negentig heb ik deze muziek leren kennen toen ik een danscursus begeleidde van Jaap Leegwater. Later heb ik hem samen met Jeroen Smoorenburg, Rob Kerkhoven en Rein de Graaff ingespeeld voor de CD ‘At the Bulgarian dance tavern’.

Ondertussen zijn op YouTube uitvoeringen van choreografieën verschenen die een tweetal extra melodieën bevatten, die ik erg waardevol vind voor het karakter van deze muziek. De mooiste vind ik die van de Staatsschool voor Choreografie uit Sofia, de oude naam voor de НУТИ – Национално училище за танцово изкуство (de Nationale School voor Danskunsten), die in 1989 is uitgevoerd:

Na prât | На прът 🇧🇬

Een opzwepende râčenica uit Noord-Bulgarije uit het programma van Jaap Leegwater. De dans is niet zo typisch voor een râčenica, met twee rijen tegeover elkaar. Dit is ook waar de dans zijn naam aan ontleent – Na prât betekent zoiets als ‘op de staaf’. Ja, prât dus, niet pârt, maar dat kan natuurlijk slang zijn. 😉

Jaap heeft deze dans geleerd van Djado Boris die als enige van de dans/muziekgroep uit het dorpje Gradište tussen de steden Veliko Târnovo en Loveč het materiaal nog kon overbrengen, spelend op zijn viool en dansend tegelijk. Jaap heeft dat op film gezet en laten zien aan muzikanten uit Ruse die uiteindelijk als orkest Čanove het voor hem hebben uitgevoerd. Die uitvoering is uiteindelijk de basis geweest van de populariteit die deze muziek en deze dans heeft gekregen. 🥂

Orkest Čanove, Ruse, 1979, tijdens de opname van Na prât. Op de voorgrond Jaap die geconcentreerd de techniek bestuurt.
Met dank aan Jaap Leegwater voor het mogen plaatsen van deze opname die hij gemaakt heeft van orkest Čanove.

Poljanska râčenica | Полянска ръченица 🇧🇬

Deze melodie wordt in het internationaal volksdansrepertoire gebruikt voor Râčenica na horo, met name in Noord Amerika. Voor Râčenica na horo zijn drie melodieën in omloop (op volgorde van tijd):

  1. De melodie van het liedje Dobra iz pâtja vârveše in een choreografie van Dimiter Dojčinov bij het ensemble ‘Râčenica’ (dit is de bron van de dans);
  2. Deze melodie die in 1980 bij de dans is geïntroduceerd door Jaap Leegwater;
  3. De Bliznakovska râčenica die later als dansmelodie voor dezelfde dans is geïntroduceerd door Bianca de Jong.

Let bij het spelen van deze muziek op de verschillende ‘eindes’ van de melodieën onder de volta haken. Deze lopen hier vaak naar de volgende strofe toe en als je die mist loop je vast!

Met dank aan Jaap die deze kopie van de moederband met ons deelt!

Vârbiška râčenica | Върбишка ръченица 🇧🇬

In deze râčenica straalt klarinettist Dimitâr Paskov met zijn bijnaam de tijger met een van de meest geweldige klarinetsolo’s uit de Bulgaarse volksmuziek. Samen met accordeonist Trajčo Sinapov speelt hij deze snelle dans.

Paskov heeft deze râčenica vernoemd naar zijn geboortedorp Vârbica, wat ten zuiden van de stad Šumen ligt. De stijl van de muziek is echter niet van deze streek, maar eerder uit het midden westen van Bulgarije, de streek Šopluk.

Praznavodaeva râčenica | Празнаводаева ръченица 🇧🇬

December 2015 bereikte mijn goede vriend Jaap Leegwater de gerespecteerde leeftijd van 65 jaar. Voor zijn verjaardag heb ik toen een râčenica gecomponeerd en voor zijn verjaardag de bladmuziek gegeven (en gespeeld!). Natuurlijk beloofd er een opname van te maken en enkele jaren later – ik ben niet heel snel helaas – heb ik die belofte kunnen inlossen. Met de hartelijke dank aan Bert, Wim en Lubomir voor hun geweldige muzikale inbreng.

Maar waarom er nou zo’n onuitspreekbare naam gegeven? Ik had hem natuurlijk gewoon de Leegwaterdans kunnen noemen.

Let op voor de bezoekers die deze site in een andere taal lezen dan in het Nederlands - de volgende alinea is voor Google Translate een uitdaging.

Maar dat heb ik ook gedaan. Leeg in het Bulgaars is prazen (празен), water is voda (вода). Als je dat samenvoegt krijg je voor ‘leeg water’ in het Bulgaars ‘prazna voda’. Eigenlijk slaat dat nergens op (sorry Jaap en Lubo) maar dat heb je vaker met namen. Echter is dat nog geen naam. Een naam in proper Bulgaars eindigt bijna altijd op -ev of -ov. Dus wordt de eigennaam Leegwater dus in het Bulgaars Praznavodaev. En als je dat als een soort genitief gebruikt (Leegwater’s râčenica dus) dan wordt dat Praznavodaeva râčenica.

Een beetje inspiratie uit Tracië met een beetje inspiratie uit Dobrudža.

Jan Wollring Kvartetten
Het ‘Jan Wollring Kvartetten’ in de studio voor het opnemen van de Praznavodaeva râčenica. V.l.n.r.: Bert Kruijer (klarinet), Jan Wollring (accordeon), Wim Zuiderwijk (tâpan) en Lubomir Leegwater (gitaar).

Povlekana | Повлекана 🇧🇬

Deze melodie speel ik (net als Sborenka) sinds het einde van de vorige eeuw voor de danslessen van Jaap Leegwater. De eerste keer was op het Balkanfestival in 1998 in Zetten. In 2000 hebben we opnames gemaakt voor de CD At the Bulgarian dance tavern van Jaap Leegwater. Op deze CD speel ik samen met Rein de Graaff, Jeroen Smoorenburg, Rob Kerkhoven en Galina Durmushliyska. Uiteindelijk heb ik de opnames van Paul in 2010 na het overlijden van Jeroen gemixt. Rob heeft deze kort voor zijn overlijden nog gehoord. In 2011 is de CD door Jaap uitgegeven.

Povlekana is een râčenica uit de Bulgaarse streek Dobrudža. Oorspronkelijk gespeeld door het Dobrudžanskata trojka, wat bestaat uit een samenspel van gajda, gâdulka en garmoška, zonder enige vorm van harmonie, wat in Bulgarije zeldzaam is. De akkoorden in de bladmuziek en de opname zijn daarom van mijn en Rob’s hand.

Met dank aan Jaap die me toestemming heeft gegeven deze opname hier te gebruiken.

U Kruševo ogin gori | У Крушево огин гори 🇲🇰

Twee versies van dezelfde melodie – een instrumentale en een gezongen versie, beide in een andere maatsoort. Er is ook nog een andere gezongen versie, maar die heb ik nog niet uitgewerkt. En er is natuurlijk de bijzondere versie gezongen door Márta Sebestyén.

Ook dit lied, net zoals Što grmež grmi, gaat over de strijd tegen de Turkse overheersing op Mečkin Kamen bij de stad Kruševo. Dit lied beschrijft het bloedvergieten en het heengaan van drie legerleiders, vojvoda.

U Kruševo ogin gori | У Крушево огин гори

Deze bij de volksdansers bekendste versie, gespeeld door het orkest van Koče Petrovski. Het verhaal wil dat het de bedoeling was dat dit ook een gezongen versie zou worden, echter kwam de zangeres niet opdagen in de studio. Nu zitten we opgescheept met de geweldige solo van klarinettist Medo Čun.

Oorspronkelijk uitgekomen op Folkraft LP 24 – ‘Macedonian Folk Dances – volume 2’, in 1964 opgenomen door Dennis Boxel.

Vo Kruševo ogan gori | Во Крушево оган гори

Op Youtube kwam ik deze versie van Cvetan Joševski tegen. De maat is hier met 3/16 uitgerekt waardoor hij, per strofe, uitkomt op 3 × 7/16.