De briljante en legendarische meesteraccordeonist Petâr Ralčev speelt hier een Četvorno horo.
De Četvorno horo is oorspronkelijk afkomstig uit de regio Šopluk – het gebied rond de hoofdstad Sofia in het westen van Bulgarije.
Het is een energieke dans die consequent wordt uitgevoerd in een maatsoort van 7/16 (of soms genoteerd als 7/8). De maat is ritmisch opgebouwd uit drie hoorbare tellen: lang-kort-kort (3+2+2).
Kenmerkend voor de dansstijl uit Šopluk is dat het bovenlichaam van de dansers relatief stil en rechtop blijft, terwijl de benen snelle, verende en scherpe bewegingen maken, waaronder hoge knieheffingen en luid gestamp. De dansers staan meestal in een open cirkel of lijn en houden elkaar van oudsher vast bij de riem of elkaars gekruiste handen.
Omdat de muziek een 7/16-maatsoort heeft (met drie ritmische tellen per maat), is de naam Четворно (wat staat voor viervoudig, of ‘bestaande uit vier’) op het eerste gezicht best verwarrend. De ‘vier’ in de naam slaat echter niet op de muziek, maar op de choreografie.
De traditionele basispas van de Četvorno horo beslaat een cyclus van precies vier muzikale maten voordat het bewegingspatroon zich herhaalt. De oorspronkelijke dansers in het verleden kenden geen ingewikkelde westerse muziektheorie. Zij leerden en gaven de dansen door op basis van het spiergeheugen en het bewegingspatroon. Tijdens de dans werden de bewegingen door de dansers van oudsher afgeteld in vier kenmerkende stappen of fasen per reeks: ‘één-twee-drie-vier’. Omdat de basisbeweging voor de dansers was opgebouwd rond dit patroon van vier stappen en maten, kreeg de dans in de volksmond logischerwijs de naam Četvorno – en dat heeft uiteindelijk dus niets te maken met de zevendelige maatsoort.
Er is bladmuziek voor B♭-instrumenten en E♭-instrumenten beschikbaar.